Out of State

Out of State

Vier dagen theater en debat over én met ‘illegale’ vluchtelingen
Door Robbert van Heuven

 

Discussies over vreemdelingenbeleid worden vaak op theoretisch niveau gevoerd, door blanke experts en politici. Tijdens de themaweek Out of State kreeg het publiek de menselijke en subjectieve kant van de asielproblematiek te zien. En te voelen.

Ze halen een beetje onwennig applaus, met een grote, opgeluchte glimlach. Voor de acteurs van de voorstelling Labyrinth is spelen in een theatervoorstelling geen dagelijkse bezigheid. Sterker nog: het is een illegale bezigheid. Frascati Theater kan achtduizend euro boete per acteur krijgen, omdat het uitgeprocedeerde illegale asielzoekers betreft. En als je uitgeprocedeerd bent, mag je helemaal niets: niet werken en niet studeren. Sociale activiteiten zijn, zonder inkomen, nagenoeg onmogelijk. Het leven bestaat vooral uit wachten, terwijl je niet precies weet waarop.

De acteurs van de We Are Here Cooperative maken deel uit van een grotere groep die zich heeft verenigd onder de naam ‘We Are Here’ en die al twee jaar door Amsterdam zwerft, van Vluchtkerk naar Vluchtflat en van Vluchtflat naar Vluchtgarage. Een aantal van hen werkte tijdens het Holland Festival mee aan de voorstelling Die Schutzbefohlenen van schrijfster Elfriede Jelinek en regisseur Nicholas Stemann. Tijdens een sessie bij Frascati ontstond het idee voor een eigen voorstelling en de We Are Here cooperative begon gestaag te werken aan de voorbereidingen en vroeg halverwege Stemann om te helpen bij de uitvoering. Hij maakte zijn agenda leeg en werkte anderhalve week met hen aan de voorstelling in het kader van Out of State.

In Labyrinth geven de vluchtelingen een indringend inkijkje in hun leven door anderhalf uur lang de rollen om te draaien. Wij, het publiek, zijn hen. Zij zijn de douanebeambte, de rechter, de advocaat en de IND-ambtenaar. Zo slepen ze ons door een eindeloos labyrint, simpel geknutseld van oude dekbedovertrekken. Zoals ook de privéruimtes op hun steeds wisselende woonadressen uit niet veel anders bestaan dan gekregen dekens en lakens.

We kunnen niet terug, al zouden we willen. 

De tocht voert langs de IND, de rechtbank, de vreemdelingendetentie en uiteindelijk richting de ambassade, die weigert om ons uitreispapieren te verstrekken. We zitten klem: we zijn uitgeprocedeerd, omdat ons thuisland veilig wordt geacht, maar de ambassade geeft ons geen paspoort. We kunnen niet terug, al zouden we willen. Moedeloos en moe van het rusteloze en vergeefse gesleep, volgt wachten. ‘Dit is geen wachten. Maak je klaar om echt te wachten. Jaren te wachten’, vertelt het gehoofddoekte meisje dat ons gezelschap houdt. Wachten waarin jaren van je leven ongebruikt voorbij glijden. Ondertussen krijgen we wel een reclamefilmpje te zien van Europa: een etalage waarin de verworvenheden en culturele hoogtepunten van onze westerse beschaving aantrekkelijk zijn uitgestald, zaken die de vluchtelingen/acteurs nooit live te zien gaan krijgen. Wij wel, omdat dankzij ons Nederlandse paspoort de hele wereld voor ons open ligt, zonder noemenswaardige grenzen. Zelden voelde die ongelijkheid zo oneerlijk als tijdens Labyrinth. "Ik wil het eigenlijk niet zo noemen," zal de volgende dag iemand in het publiek tijdens het debat State of Exclusion zeggen, "maar het voelt als apartheid dat ik een paspoort krijg dat overal toegang toe geeft, alleen omdat ik hier geboren ben."

 

 

Het is de kracht van een themaweek als Out of State dat de vluchtelingenthematiek op verschillende niveaus wordt benaderd. 

Zonder perspectief
Het is de kracht van een themaweek als Out of State dat de vluchtelingenthematiek op verschillende niveaus wordt benaderd. Via voorstellingen als Labyrinth kun je je even gevoelsmatig verplaatsen in een vluchteling, waardoor een theoretische discussie van toch vooral blanke, Nederlandse vluchtelingenexperts een bijna surreële ervaring wordt. Zo staat de mengeling van ingeleefde strengheid en ingehouden woede waarmee een van de vluchtelingen een ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek speelt, bijna haaks op de zakelijke manier waarop later die avond over de perspectiefloosheid van vluchtelingen wordt gesproken. Als je als vluchteling-voor-een-avond eindeloos van kastjes naar muren bent gesleept, schuurt het nogal wanneer VVD-raadslid Dilan Yesilgoz vervolgens opmerkt dat de procedures in Nederland over het algemeen rechtvaardig zijn. Maar door even ingevoeld te hebben wat het betekent om zinloos te wachten, wordt ook Yesilgoz’ argument overtuigender dat het onethisch is om met een groep uitgeprocedeerde vluchtelingen door de stad te slepen. Of hen eindeloos van bed, bad en brood te voorzien, zonder perspectief. Weten dat je wordt uitgezet is, hoe hard ook, wel een eerlijk perspectief, denkt Yesilgoz. Je leven zinloos en ongebruikt zien weglopen, is inderdaad een marteling. Die perspectiefloosheid is een thema dat tijdens het eerste debat terug blijft komen. De experts – naast Yesilgoz asieladvocaat Maartje Terpstra en rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema -, zijn het dan ook snel eens dat een procedure zorgvuldig hoort te zijn. Nu ligt de nadruk vooral op de snelheid van de asielprocedure. Daardoor komen mensen tussen wal en schip terecht en worden, zoals de acteurs van Labyrinth, onuitzetbaar en illegaal. De overheid baseert zich op een beperkte definitie van vluchtelingen (uit een verdrag uit 1951) en ambtsberichten die vaak hopeloos achterlopen op de actuele situatie van brandhaarden in de wereld. Er was ooit een meer zorgvuldige procedure, maar die is afgebroken, omdat de overheid dat als oplossing zag voor de soms jarenlang slepende procedures. Asielbeleid, stelt een publiekslid dan ook vast, is niet gebaseerd op feiten, maar op politieke keuzes. Iedereen (de staatssecretaris, de IND, de gemeenten) zegt zich keurig aan de ‘objectieve’ regels te houden, maar dat neemt niet weg dat die regels tot stand komen binnen een politieke werkelijkheid.

Wie geen keuze maakt, is af.

En dat is niet een ver-van-mijn-bed-dus-ik-kan-er-niet-zoveel-aan-doen-werkelijkheid, maar één waarvoor we als burgers van een democratisch land samen verantwoordelijk zijn.
Dat het democratisch vaststellen van vreemdelingenbeleid een schurend en moeilijk proces is, wordt mooi duidelijk in het theatrale spel RULE™  van Emke Idema. De toeschouwers/spelers moeten samen een grondwet vaststellen en krijgen daarvoor een aantal dilemma’s voorgelegd. Je kan stemmen door op één van de gekleurde eilandjes in de ruimte te gaan staan. Wie geen keuze maakt, is af. Wie van een eilandje valt – wat nog wel eens gebeurt als teveel mensen voor eenzelfde oplossing kiezen – ook. Eerst zijn de vragen nog redelijk onschuldig (‘Iemand belt aan, omdat hij nodig moet plassen. Laat je hem binnen?’). Maar ze worden steeds scherper, waardoor menig salonsocialist niet zo consequent en solidair blijkt als hij zelf dacht. Laat je diezelfde persoon bijvoorbeeld binnen als het avond is en het een zwarte man blijkt te zijn? Laat je als IND-medewerker iemand met een inconsequent maar schrijnend verhaal toch binnen?

Zonder grenzen
Net zoals in Labyrinth de perspectiefloosheid van vluchtelingen invoelbaar wordt, zo wordt in RULE™ duidelijk dat het maken van regels of het toelaten van vluchtelingen helemaal geen objectief en zorgvuldig proces is, maar juist zeer subjectief en ad hoc. En dat de eisen die we stellen aan ons asielbeleid dus ook iets zeggen over onze samenleving in zijn geheel. Medewerkers van de IND vertelden aan Idema dat de toelatingsprocedure makkelijk te sturen is en dat het dus een heel persoonlijke keuze is of je iemand toelaat. In RULE™ wordt de toeschouwer hard geconfronteerd met de gevolgen van zijn persoonlijke ethiek voor de gezamenlijk vastgestelde regels.

Dat probleem zou natuurlijk opgelost zijn als er geen grenzen meer waren. De grenzen die we nu hanteren, zoals die van Fort Europa, zijn zinloos, stellen journalist Karel Smouter en asielrecht- en asielbeleidsexpert Carolus Grütters tijdens het tweede debat, State of Exclusion. Er worden miljoenen euro’s in grensbewakingsorganisatie Frontex gestoken om nog slimmere detectiemethoden en nog hogere hekken te kunnen betalen. Het effect op de instroom is marginaal en bovendien zijn er perverse bijeffecten. Hoe strenger de grenzen en hoe ingewikkelder de vluchtrouters van de migranten, die toch wel blijven komen, des te lucratiever wordt de handel van mensensmokkelaars. Aan de andere kant heeft een democratische verzorgingsstaat grenzen nodig, stelt publicist en hoogleraar Europese Studies Paul Scheffer. Die verzorgingsstaat is immers gebaseerd op onderlinge solidariteit en een gedeeld idee van burgerschap. De vraag is of je die solidariteit tot een globaal niveau kunt oprekken. Het blijkt in Europa al heel lastig om onderlinge solidariteit op te brengen. En zo lang er grenzen zijn, zijn er mensen die daar binnen en daar buiten vallen. Wie wel en wie geen recht heeft op toelating en op het bijbehorende burgerschap, is een politieke en ethische vraag die, zoals blijkt tijdens RULE™ , niet eenvoudig te beantwoorden is.

Maar hoe dichter de grenzen, hoe meer degenen die zich erbinnen bevinden – of dat nou illegaal of legaal is – zullen doen om binnen te blijven. De schaduwkant van het verlangen om binnen de grenzen te blijven, is het onderwerp van de voorstelling Starboy Productions. Als Afrikaanse ‘brothers and sisters’ bevinden we ons in de ‘kerk’ van drie strak in het kleurrijke pak gestoken hogepriesters van de illegaliteit: Lateef Babatunde, Etuwe Bright Junior en Aloys Kwaakum. Als we hun tips volgen en blijven beseffen dat “our brain is our money”, dan kunnen we in Europa een leven opbouwen. Dus leren we slimme bedeltrucs, hoe je van elkaars zorgverzekeringspas gebruik kunt maken, omdat die blanken toch het verschil niet zien tussen de ene Afrikaan en de andere, en hoe je voorkomt dat je op het vliegtuig gezet wordt (“zeg dat je ebola hebt”).

De illegalencursus is even gelikt en geestig als schrijnend.

De illegalencursus is even gelikt en geestig als schrijnend. Want tussen alle grappen door laten de jongens ook zien hoe hoop en perspectiefloosheid samensmelten tot de meest bizarre geruchten over hoe je de immigratiedienst om de tuin kan leiden. Die combinatie is bovendien een prima voedingsbodem voor allerhande uitbuiting door gelikte jongens als de Starboy-boys, die teren op de hoop van anderen. Zo mogen we best hun Burgerservicenummer gebruiken om ons in te schrijven bij een uitzendbureau. Maar dan krijgen zij tien procent van het loon. Voor wat, hoort wat. “We have to stick together as Africans”. En in de VS vragen ze zestig procent, dus we mogen in onze handjes knijpen.

“Immigratie stelt de samenleving wezenlijke vragen over onze verzorgingsstaat, over recht en democratie en over de grenzen daarvan”, zei Paul Scheffer tijdens het debat. Die vragen werden tijdens Out of State nog extra aangescherpt, omdat het reflecteren op die vragen dankzij de verschillende voorstellingen meer werd dan een theoretische exercitie. Starboy Productions en Labyrinth geven immers diegenen een stem die we normaal in de discussie niet horen.

RULE™ laat zien dat het maken van democratische regels geen objectief, rationeel proces is.

“Er zijn meer toneelstukken over asielproblematiek, dan discussies”, merkte Karel Smouters tijdens het debat op, “omdat het vaak gaat over onoplosbare drama’s. We hebben het idee dat we er niet zoveel aan kunnen doen.” Het aanscherpen van de dilemma’s over hoop en uitzichtloosheid, over open of dichte grenzen, over hard perspectief of humane perspectiefloosheid, en het invoelbaar maken van die dilemma’s, is echter wel degelijk een eerste stap in het herijken van de manier waarop we als samenleving om willen gaan met grenzen, en met degene die daar buiten valt.

Robbert van Heuven is theaterjournalist en dramaturg

 

REAGEERTERUG NAAR HET FRASCATI MAGAZINE OVERZICHT